Begin hier

Klonen

Nieuwe repository → Klonen, of ⌘K → Klonen. Plak een URL, of log in bij GitHub, GitLab, Bitbucket of Azure DevOps en kies uit je eigen repository's — het token van het gekozen profiel wordt voor de kloon gebruikt en daarna losgelaten, nooit in .git/config geschreven.

Kies een bovenliggende map en een naam; de regel onder de velden laat precies zien waar de repository terechtkomt. Een map die al bestaat wordt geweigerd in plaats van erin samengevoegd.

Geavanceerd — de kloon versmallen

Alles onder Geavanceerd staat standaard uit: laat het met rust en je krijgt een gewone, volledige kloon. Het verdient zijn plek bij repository's waar "volledig" twintig minuten en meerdere gigabytes betekent.

Het kloonvenster met Geavanceerd open: partial, shallow, single-branch, submodules en een branchkiezer

Optie Wat git doet Wat het kost
Partial clone --filter=blob:none Volledige geschiedenis, geen bestandsinhoud. Blobs komen op afroep binnen, dus een oud bestand openen vraagt het netwerk.
Shallow clone --depth=N Alleen de nieuwste N commits bestaan. Blame, log, bisect en range-diff stoppen bij de snede.
Slechts één branch --single-branch De andere branches blijven op de remote tot je ze fetcht.
Submodules klonen --recurse-submodules Elke submodule wordt ook uitgecheckt — nu meer tijd, later geen ontbrekende mappen.
Uit te checken branch --branch <name> Begint op die branch in plaats van op de standaardbranch van de remote.

Partial vóór shallow. Een partial clone houdt elke commit — de geschiedenis blijft doorzoekbaar, en alleen bestandsinhoud wordt lui opgehaald. Een shallow clone gooit de geschiedenis werkelijk weg: git log eindigt bij de snede en blame kan er niet voorbij kijken. Kloon je een monorepo om erin te werken, dan is partial meestal wat je wilt.

Shallow is terug te draaien: git fetch --unshallow in de terminal vult de geschiedenis weer aan.

De branch kiezen

Typ een branchnaam, of druk op Branches tonen om de remote te vragen wat hij heeft (git ls-remote --heads) en kies uit een keuzelijst. Dat is één rondje over het netwerk, en alleen wanneer jij op de knop drukt — tijdens het typen wordt er niets bevraagd.

Mislukt de opsomming — een privé-URL zonder token, een typfout, geen netwerk — dan blijft het veld een gewoon tekstvak en meldt de kloon zelf de echte fout.

Twee opmerkingen over de vlaggen

  • --depth impliceert --single-branch. Bij een shallow clone is Slechts één branch uitgevinkt laten juist wat de andere branches terugvraagt (--no-single-branch), en daarom verandert de hint eronder.
  • Een lokale map klonen negeert --depth normaal volledig, omdat git de objectopslag hardlinkt in plaats van op te halen. Gitcito kloont via een file://-URL wanneer je om een shallow kopie van een lokale repository vraagt, zodat de diepte die je vroeg de diepte is die je krijgt.

Voortgang

De balk rapporteert wat git rapporteert: tellen, comprimeren, ontvangen, oplossen, uitchecken. Een fase die geen totaal kan melden toont een onbepaalde balk in plaats van een nep-percentage.

De nieuwe repository opent in een tabblad, vastgezet aan het profiel waarmee je kloonde.

Deze vertaling op GitHub verbeteren